HANDREIKING INDUSTRIELAWAAI PDF

“Handreiking industrielawaai en vergunningverlening” (directions for industrial noise and legislation), by the ministry of VROM (ministry of Housing, Spatial. [Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening], a government publication . The Guide recommended for low-noise rural areas noise. guidance document from the competent Minister to local authorities, Handreiking. Industrielawaai en vergunning) was applied in practice. This Guidance.

Author: Tekus Mezijora
Country: Cameroon
Language: English (Spanish)
Genre: Literature
Published (Last): 12 April 2014
Pages: 209
PDF File Size: 4.96 Mb
ePub File Size: 8.19 Mb
ISBN: 567-3-21675-776-2
Downloads: 59408
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Vikree

Vooruitlopend op de industrielawaxi bestemmingsplanactualisatie die wordt ingegeven door handrsiking van de Wet ruimtelijke ordening op 1 juliis door de gemeente Steenwijkerland een inventarisatie gemaakt van het huidige mogelijk ruimtelijk relevante beleid en op basis daarvan bepaald ten aanzien van welke facetten nog behoefte is aan nieuw dan wel aanvullend beleid. Voorafgaand aan het opstellen van deze beleidsnotitie is een uitgangspuntennotitie opgesteld waarin per thema achtereenvolgens het huidige Rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid samengevat, waarna dit wordt toegepast op de facetten waarvoor nieuw dan wel aanvullend beleid is gewenst.

Handreiking industrielawaai en vergunningverlening ()

Per facet is vervolgens een uitgangspunt geformuleerd dat richting geeft aan de definitieve uitwerking van het industrielxwaai. Die uitgangspunten betreffen sectorale wensen. De randvoorwaarden en afwegingskaders worden in onderhavige notitie concreter uitgewerkt. Met deze beleidsnotitie beschikt de gemeente Steenwijkerland tot het moment dat de nieuwe bestemmingsplannen die in het kader van de actualisatie worden opgesteld in werking treden over een actueel afwegingskader voor nieuwe initiatieven en liggen met deze notitie ook de uitgangspunten voor deze bestemmingsplannen vast voor de in deze notitie hadnreiking onderwerpen.

In het laatste hoofdstuk wordt voorts nog ingegaan op het aspect planschade, voor zover dat voor deze beleidsnotitie relevant is. Zowel de hanreiking als deze beleidsnotitie zijn primair opgesteld ten behoeve van de aanstaande bestemmingsplanactualisatie voor de kernen binnen de gemeente Steenwijkerland als weergegeven op het navolgende kaartje en kunnen dus ook worden gebruikt bij de beoordeling van nieuwe initiatieven die niet passen in de vooralsnog geldende bestemmingsplannen.

Kndustrielawaai beide notities zijn niet bedoeld voor de actualisatie van en de beoordeling van nieuwe initiatieven in het buitengebied dat de betreffende kernen omringd en voor de binnen de gemeente aanwezige verblijfsrecreatieterreinen. Voor die gebieden wordt toegesneden beleid opgesteld.

Overigens daarbij alsnog worden overwogen om delen van deze notitie alsnog van toepassing te verklaren voor het buitengebied. Binnen de gemeente Industrielawaai liggen meer kleinere kernen en buurtschappen waarop deze beleidsnotitie in beginsel niet van toepassing is omdat ze zijn indudtrielawaai binnen het plangebied van het nieuw op te stellen bestemmingsplan Buitengebied. Voor een goed begrip en toepassing van deze beleidsnotitie handrieking het goed om vooraf enkele zaken ten aanzien van de gehanteerde begrippen en de wijze van meten te verhelderen om zo uniformiteit te krijgen in de toepassing van en toetsing aan deze notitie.

Het gaat dan met name over de berekening van een bepaald vloeroppervlak, maar ook het begrip nevenactiviteit komt aan bod. Bij diverse onderwerpen die in deze notitie aan de orde komen wordt is een randvoorwaarde opgenomen in de vorm van een minimale of maximale oppervlakte. Het gaat daarbij om een bepaalde oppervlakte aan bij gebouwen die mag worden opgericht of een maximale oppervlakte die mag worden gebruikt voor een bepaalde functie gebruik. Hoe moet die oppervlakte worden bepaald?

Voor wat betreft de oppervlakte van een bouwwerk dient aansluiting te worden gezocht bij de standaardregels die de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP geeft en die ook dienen te worden opgenomen in bestemmingsplannen.

De oppervlakte handrekiing een bouwwerk dient volgens het SVBP te worden gemeten: Voor wat betreft het bepalen van de inhoud van een bouwwerk geeft het SVBP ook uitsluitsel. Voor wat betreft het bepalen van de inhoud van een ondergronds bouwwerk kan deze wijze van meten iets anders worden verwoord: Voor het bepalen van een oppervlakte die mag worden gebruikt voor een industrielawaia functie dient te worden gekeken naar de oppervlakte die daadwerkelijk kan worden gebruikt voor de uitoefening van die functie gebruiksvloeroppervlak.

Er dient daarom te worden gemeten op vloerniveau langs de binnenomtrek van de opgaande scheidingswanden. Kantoren, magazijnen en eventuele andere niet publiekelijk hamdreiking ruimten dienen voor zover die uitsluitend ten dienste staan van de betreffende functie in die berekening te worden meegenomen. Zo zal een opslagruimte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep of bedrijf dus moeten worden meegeteld, maar een groot magazijn van een bedrijf niet voor wat betreft de berekening van de iindustrielawaai die ten behoeve van produktiegebonden detailhandel mag worden gebruikt, omdat dat magazijn niet uitsluitend daarvoor wordt gebruikt.

Bij het bepalen van de indkstrielawaai oppervlaktemaat is daarmee rekening gehouden. Overigens kan het ook gaan om het gebruik van buitenruimte in plaats van bebouwing, of een combinatie daarvan.

  2SK2718 DATASHEET PDF

Voor wat betreft indsutrielawaai buitenruimte wordt het daadwerkelijke ruimtebeslag — van bijvoorbeeld een terras — gemeten. Daarmee wordt een aanvullende functie aangeduid die niet imdustrielawaai is aan het toegestane gebruik binnen bepaalde bestemming, zoals bijvoorbeeld een aan huis verbonden bedrijf of recreatieve activiteiten bij een agrarisch bedrijf. Deze functie dient ondergeschikt te zijn aan de hoofdfunctie, hetgeen in de beleidsnotitie is geborgd door het opnemen van een maximale oppervlakte in vierkante meters of een bepaald percentage van de toegestane bebouwing.

Verandert de ruimtelijke uitstraling niet door de nevenactiviteit dan is die jndustrielawaai in beginsel toegestaan, maar is bijvoorbeeld sprake van een verkeersaantrekkende werking of andere ruimtelijke effecten naar de omgeving, dan is die functie niet toegestaan zonder ruimtelijk besluit. Goed woon- en leefklimaat en gebruik aangrenzende gronden. In de navolgende hoofdstukken worden per facet de relevante randvoorwaarden beschreven.

Daarbij wordt ook steeds genoemd dat komt het goed woon- en leefklimaat ter plaatse gewaarborgd moet blijven en dat er geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Daar waar de overige randvoorwaarden steeds voorzien in algemeen toepasbare criteria, gelden voornoemde twee voorwaarden ten aanzien van mogelijke lokale negatieve effecten naar de omgeving die niet worden gedekt industrjelawaai de overige industrielaawai.

Denk daarbij voor wat betreft het goed woon- en leefklimaat bijvoorbeeld aan stofemissie of vormen van geluid die niet door het indistrielawaai kader van de Wet industrelawaai worden gedekt.

Dit is deels maatwerk en deels een kwestie van “onvoorziene gevallen”. Bij de voorwaarde ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden kan worden gedacht aan licht- en luchttoetreding van nabijgelegen gebouwen of de toegang tot bepaalde percelen, etc. In de eerder opgestelde uitgangspuntennotitie is een korte samenvatting opgenomen van de relevante wet- en regelgeving en het gemeentelijk beleid ten aanzien van de aspecten geluid, bodemkwaliteit, externe veiligheid, luchtkwaliteit en geur.

In dit hoofdstuk worden per aspect concreet hanteerbare randvoorwaarden gehanteerd. De Wet geluidhinder voorziet rond gezoneerde industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones. Een zone rond een industrieterrein moet tezamen met het bestemmingsplan dat de vestiging van geluidszoneringsplichtige bedrijven mogelijk maakt worden vastgesteld op basis van een akoestisch onderzoek.

Het industrieterrein zelf maakt geen deel uit van de zone. De zones langs wegen en spoorwegen volgen uit de Wet geluidhinder in samenhang met het Besluit geluidhinder en de Regeling Zonekaart spoorwegen. Indien men voornemens is nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen te realiseren binnen deze zones, dan dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd waaruit blijkt dat aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting op de gevel, als opgenomen in de Wet geluidhinder c.

Bij de planologische realisatie inndustrielawaai nieuwe geluidsbronnen in de vorm van een industrieterrein, weg of spoorweg dient te worden onderzocht of de hiervoor bedoelde handreikign toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van bestaande woningen binnen de nieuwe zone kunnen worden gehaald.

Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (1998)

Hoewel het niet expliciet in de wet is opgenomen, volgt uit de systematiek van de wet dat op het industrieterrein zelf geen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen thuishoren. Burgemeester en wethouders zijn onder industriekawaai voorwaarden bevoegd af te wijken van de voorgeschreven hoogst toelaatbare geluidsbelasting door het vaststellen van een hogere grens waarde. Tot voor kort kon dat alleen bij de vaststelling van een bestemmingsplan of oude figuren als een vrijstellingbesluit ex artikel 19 WRO of handreikint projectbesluit, maar sinds de invoering van de Crisis- en herstelwet kan dat ook bij de toepassing van een wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid.

Slechts een klein deel van het industrielawaai wordt gereguleerd op basis van het Wet geluidhinder, namelijk slechts de gezoneerde industrieterreinen.

Beleidsnotitie Facetbeleid

Op de overige bedrijventerreinen en andere, solitaire bedrijven is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Dat zal in het betreffende ruimtelijke besluit moeten worden gemotiveerd. Daarvoor kan worden verwezen naar de voorschriften die gelden voor het handrsiking bedrijf gelden op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer Activiteitenbesluit of diens milieuvergunning, maar dat alleen is niet voldoende om aan te tonen dat ter plaatse sprake is van goede ruimtelijke ordening.

Daarvoor is een aanvullende beoordeling nodig. Onder meer bij het gemotiveerd afwijken van de VNG-brochure. In hoofdstuk 4 van deze handreiking is een tabel met richtwaarden voor woonomgevingen opgenomen die kunnen worden gehanteerd bij akoestisch onderzoek.

In deze tabel tabel 4 wordt onderscheid gemaakt tussen een landelijke omgeving, een rustige woonwijk met weinig verkeer en een woonwijk in de stad, waarvoor verschillende richtwaarden voor indusgrielawaai, avond en nacht zijn opgenomen.

Indien niet kan worden voldaan aan die richtwaarden en blijkt uit een integrale afweging van de overige relevante belangen en factoren dat toch medewerking kan worden verleend, dan kan aansluiting worden gezocht bij de grenswaarden uit tabel 2 uit hoofdstuk 3 van de handreiking. Deze tabel maakt onderscheid tussen 10 verschillende gebieden. Voor deze afwijking van tabel 4 is een expliciete motivering nodig waarbij industriielawaai ingegaan op de on mogelijkheden om maatregelen te treffen, bijvoorbeeld in de vorm van bron- of overdrachtsmaatregelen.

  ANGLICAN CHANT PSALTER PDF

Ab 13 meinr E Ab, 1 februarinr. De gemeente zou er ook voor kunnen kiezen om een gemeentelijke nota industrielawaai op te stellen waarbij verschillende gebiedstyperingen worden benoemd, die vervolgens worden toegepast door het opstellen van een geluidskwaliteitskaart voor het grondgebied van de gemeente.

Beleidsnotitie Facetbeleid

De gebiedstyperingen en grenswaarden uit hoofdstuk 3 van de Handreiking kunnen daarvoor de basis vormen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen dan te worden getoetst aan de grenswaarden die op basis van de geluidskwaliteitskaart voor de betreffende locatie handdreiking.

Een dergelijke nota geeft de gemeente de ruimte om in te spelen op knelpunten op het gebied van industrielawaai. Er is maatwerk mogelijk door voor verschillende gebieden verschillende richtwaarden te hanteren, die voor iedereen kenbaar zijn.

Op basis van het wettelijk kader en het gemeentelijk beleid kunnen de volgende randvoorwaarden worden geformuleerd:. In de in de Wet geluidhinder voorgeschreven gevallen is een akoestisch onderzoek noodzakelijk, waaruit blijkt dat de hoogst toelaatbare geluidsbelasting niet wordt overschreden. Een akoestisch onderzoek kan daarvoor de basis vormen. Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan moet op basis van artikel 3. Besluit ruimtelijke ordening worden onderzocht of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem.

Het uitgangspunt is dat een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico mag opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet.

Bij het opnemen van wijzigingsbevoegdheden kan die onderzoeksverplichting vooruit worden geschoven tot het moment van toepassing daarvan.

Ook aan een afwijkingsbevoegdheid kan de voorwaarde worden verbonden dat een bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Bij overige ruimtelijke besluiten is ook een inzicht in de bodemkwaliteit nodig op basis van artikel 3. Welk onderzoek moet worden uitgevoerd historisch, verkennend kan worden bepaald in overleg met de vakspecialist bodem. Dat geldt ook voor het vervolgtraject indien blijkt dat de bodem niet geschikt is voor de beoogde nieuwe functie.

In de uitgangspuntennotitie is het wettelijk kader en het relevante beleid ten aanzien van externe veiligheid samengevat. Het uitgangspunt is scheiding van kwetsbare functies en risicovolle inrichtingen.

Daarmee wil men het volgende bereiken:. De norm voor het plaatsgebonden risico is 10 -6die als een contour om een risicovolle inrichting en aan weerszijden langs een transportroute of buisleiding ligt.

Die contour geldt ingevolge artikel 5 juncto artikel 8 Besluit externe veiligheid inrichtingen BEVI voor kwetsbare objecten als bedoeld in artikel 1 BEVI als grenswaarde: Voor beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het BEVI geldt die norm als richtwaarde.

Een soortgelijke normstelling en systematiek geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting, transportassen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en van buisleidingen waardoor die stoffen worden vervoerd, is op dat punt onderzoek nodig. Daaruit volgt een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.

Op grond van artikel 13 BEVI dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke plannen die nieuwe kwetsbare objecten mogelijk maken een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Een soortgelijke regeling geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen.

Er dient rekening te worden gehouden met een plasbrand-aandachtsgebied PAG van 30 meter. In het gebied binnen dit plasbrand-aandachtsgebied, maar buiten de PR-contour mogen in nieuwe situaties alleen na een zeer zorgvuldige afweging beperkt kwetsbare objecten worden toegestaan, bij welke afweging alle bebouwing binnen een afstand van meter worden meegenomen in de risicoberekening.

Een toename van het groepsrisico wordt geaccepteerd, mits goede invulling wordt gegeven aan de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico zoals opgenomen in het Bevi. Het invloedsgebied dat geldt voor het bepalen van het groepsrisico mag niet over woongebieden vallen.

Niet in betekenende mate? In de gevallen die in die regeling zijn genoemd, is geen toetsing aan de grenswaarden voor onder meer stikstofdioxide NO2 en zwevende deeltjes c. Er kan dan van worden uitgegaan dat de betreffende ontwikkeling niet in betekenende mate NIBM bijdraagt aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen.

Indien sprake is van een ontwikkeling die wel in betekenende mate bijdraagt aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, dan is toetsing aan de grenswaarden voor luchtverontreinigings-componenten nodig. In dat geval is dus een onderzoek nodig. Tot de gevoelige bestemmingen behoren: